Daisugi: Een Levende Metafoor voor Sterke Positionering

Japanners hebben rond de 14e eeuw een ingenieuze bosbouwtechniek genaamd “daisugi” ontwikkeld, waarmee ze hout kunnen produceren zonder bomen te kappen.

Door elke twee jaar zorgvuldig handmatig te snoeien, blijven alleen de bovenste takken over, waardoor ze recht kunnen groeien. Na 20 jaar is de oogstperiode en kunnen oude “boom voorraden” (ofwel boomstronken) wel honderd nieuwe loten tegelijk produceren. In de wereld van merken zou Daisugi, nu een traditionele Japanse bosbouwtechniek, misschien wel een handige metafoor kunnen zijn voor sterke positionering.

Stel je een boom voor die een merkpositionering in het consumentenbrein vertegenwoordigt, en het snoeien van takken als de manier waarop we communiceren en sturen vanuit het merk, om controle over die positionering te behouden. Deze boom krijgt de vrijheid om te groeien binnen de omgeving die voor hem wordt bepaald, zowel door de interventie van de mens als de krachten van buitenaf (zoals wind). Vergelijkbaar met hoe de consument zelf gedachten en meningen vormt over een merk.

Periodiek snoeien van takken staat symbool voor het aanpassen van marketingstrategieën aan de veranderende wereld om ons heen. Hierdoor blijft het merk in de juiste richting groeien, actief reagerend op veranderingen in consumentengedrag, maar schaaft het merk af en toe bij, zodat het binnen het kader van de positionering blijft. Na een langere periode wordt er een grondige evaluatie uitgevoerd. In een wereld die voortdurend evolueert, wordt er gekeken of het op dezelfde manier moet doorgroeien, of dat er een complete herpositionering nodig is. Deze evaluatie is essentieel om ervoor te zorgen dat het merk relevant blijft, zich aanpast aan steeds veranderende consumentenbehoeften en zijn positie in het hoofd van de consument behoudt.

Kortom, Daisugi leert ons het belang van een dynamische positioneringsstrategie, waarbij regelmatige aanpassingen ervoor zorgen dat het merk gedijt te midden van veranderingen in de markt en consumentengedrag, zonder krampachtig vast te houden, maar de natuur op zijn beloop te laten en daarbij enkel te sturen.